ECLI:NL:RBZWB:2022:7770
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet betalen parkeergeld
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag parkeerbelasting nadat tijdens een controle werd vastgesteld dat hij geen of onvoldoende parkeergeld had betaald voor het parkeren van zijn auto in een parkeervak in een parkeerzone.
Belanghebbende voerde in bezwaar en beroep aan dat er sprake was van een spoedsituatie vanwege het afhalen van medicatie, dat het ging om laden en lossen, en dat hij materieel al voldoende parkeerbelasting had voldaan in een andere parkeerzone. De rechtbank oordeelt dat geen van deze gronden slaagt. De spoedsituatie is onvoldoende onderbouwd, de foto’s tonen geen aanwijzingen voor laden en lossen, en het verplaatsen van de auto naar een andere parkeerzone maakt dat opnieuw parkeerbelasting verschuldigd is.
Verder wijst de rechtbank andere beroepsgronden af, zoals de verwijzing naar de Wet Openbaarheid Bestuur en het betwisten van de bevoegdheid van de heffingsambtenaar, omdat deze buiten de reikwijdte van de procedure vallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.