ECLI:NL:RBZWB:2022:7789
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Breda
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda omdat hij per vergissing parkeerde op het Chasséveld in plaats van in de parkeergarage waar hij een vergunning had. De rechtbank stelt vast dat het niet uitmaakt dat sprake was van een vergissing; parkeerbelasting is een objectieve belasting waarbij opzet of schuld niet relevant zijn.
De naheffingsaanslag bedroeg €66,80, bestaande uit €2,30 parkeerbelasting en €64,50 aan kosten, conform het maximumtarief zoals bepaald in de Gemeentewet en de Verordening parkeerbelastingen. De rechtbank oordeelt dat deze hoogte niet onredelijk of disproportioneel is.
Omdat belanghebbende onbetaald parkeerde op een locatie waar dat niet was toegestaan, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.