ECLI:NL:RBZWB:2022:7846
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid urgentiecommissie als bestuursorgaan in woningurgentiezaak
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de urgentiecommissie inzake de weigering een besluit te nemen op haar bezwaarschrift over woningurgentie. De rechtbank verklaarde zich eerder onbevoegd omdat de urgentiecommissie geen bestuursorgaan is in de zin van de Awb. Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetzaak uitsluitend of de eerdere onbevoegdheidsuitspraak terecht was. Opposante betoogt dat de urgentiecommissie wel een bestuursorgaan is, onder verwijzing naar de Huisvestingswet 2014, de Memorie van Toelichting en een aangenomen motie in de Tweede Kamer. Zij stelt dat gemeenten eindverantwoordelijk blijven en dat de urgentiecommissie taken uitvoert namens de gemeente.
De rechtbank oordeelt dat de motie van een kamerlid geen wijziging van de wet inhoudt en dat de urgentiecommissie geen publiekrechtelijke bevoegdheid heeft. Hierdoor is zij geen bestuursorgaan en is de bestuursrechter onbevoegd. Een afwijzing door de urgentiecommissie kan aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de rechtbank blijft onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het besluit van de urgentiecommissie.