ECLI:NL:RBZWB:2022:7849
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming Catshuisregeling
Verzoekster diende op 22 augustus 2022 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de weigering van een forfaitaire compensatie van €30.000 in het kader van de Catshuisregeling.
Naar aanleiding van een besluit van de Belastingdienst op 30 september 2022 waarin zij alsnog het bedrag toekende, trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst tegemoet was gekomen aan het beroep en veroordeelde haar tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €379,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,5. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €50 door de Belastingdienst moet worden vergoed.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en openbaar gemaakt op 19 december 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van €379,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.