ECLI:NL:RBZWB:2022:7860

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2022
Publicatiedatum
22 december 2022
Zaaknummer
AWB 22_5473 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking bijstandsuitkering en veroordeling college in proceskosten

Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom om zijn bijstandsuitkering met ingang van 1 januari 2020 in te trekken. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft het oorspronkelijke besluit op 13 december 2022 herroepen en de bijstandsuitkering vanaf 12 augustus 2022 gecontinueerd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en tevens verzocht het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb, de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening achterwege gelaten. Gezien het tegemoetkomen van het college aan verzoeker, heeft de voorzieningenrechter het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ad € 759,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het college hoeft geen griffierecht te vergoeden omdat verzoeker dit niet heeft betaald.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het college is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad € 759,- na herroeping van het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5473

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 december 2022 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [woonplaats verzoeker] , verzoeker

(gemachtigde: mr. F. Ergec),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom(het college), verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 3 oktober 2022 heeft het college de bijstandsuitkering van verzoeker met ingang van 1 januari 2020 ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In het besluit van 13 december 2022 heeft het college het besluit van 3 oktober 2022 herroepen in die zin dat de bijstandsuitkering van verzoeker vanaf 12 augustus 2022 wordt gecontinueerd.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het besluit van 13 december 2022 dat het college aan verzoeker is tegemoetgekomen. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het college te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,‑ en wegingsfactor 1). Omdat verzoeker geen griffierecht heeft betaald, hoeft het college geen griffierecht aan hem te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 22 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.