ECLI:NL:RBZWB:2022:7862
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep inzake IVA-uitkering
Verzoekster stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin werd bepaald dat haar (ex-)werknemer recht had op een WGA-loonaanvullingsuitkering vanaf 31 juli 2021. Het bezwaar werd gegrond verklaard en het besluit herroepen, waarna werd vastgesteld dat de werknemer recht had op een IVA-uitkering vanaf die datum. Vervolgens trok het UWV dit besluit in en wijzigde de ingangsdatum van de IVA-uitkering naar 1 februari 2020.
Naar aanleiding van deze intrekking trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat het UWV aan het beroep tegemoet is gekomen, waardoor een proceskostenveroordeling gerechtvaardigd is.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 759,- voor de beroepsfase en wees erop dat het griffierecht van € 365,- door het UWV vergoed moet worden. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van € 759,- aan proceskosten aan verzoekster.