De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, die sinds april 2022 weer thuis wonen bij hun ouders. De GI stelt dat verlenging noodzakelijk is voor continuïteit en stabiliteit, gezien traumatische ervaringen en onveilige hechting bij de kinderen en de problematiek binnen het gezin.
De ouders tonen zich over het algemeen meewerkend en actief in het volgen van hulpverlening, ondanks enige ambivalentie. De kinderrechter constateert een stijgende lijn in het ouderschap en dat de ouders de begeleiding van de zorginstelling waarderen en opvolgen. Ook is een extra onderzoek voor een van de kinderen aangevraagd door de ouders zelf.
De rechter oordeelt dat de ontwikkelingsbedreiging binnen het vrijwillige kader kan worden aangepakt en dat er geen grond is voor verlenging van de ondertoezichtstelling. De huidige maatregel loopt af op 24 januari 2023 en zal niet worden verlengd. De beslissing is genomen met het oog op het belang van de kinderen en de inzet van de ouders.