ECLI:NL:RBZWB:2022:7873
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen en gegrond verklaring beroep tegen aanmaningskosten naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende kreeg op 14 februari 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Hiertegen werd bezwaar gemaakt tegen de aanmaningskosten van € 8, die op 18 maart 2022 in rekening waren gebracht. Omdat de invorderingsambtenaar niet tijdig op het bezwaar besliste, stelde belanghebbende hem in gebreke en diende vervolgens beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de invorderingsambtenaar op 26 juli 2022 alsnog het bezwaar ongegrond heeft verklaard, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is. Wel oordeelt de rechtbank dat de invorderingsambtenaar een dwangsom van € 567 verschuldigd is wegens de te late beslissing, met wettelijke rente vanaf 20 september 2022.
Daarnaast is in geschil of de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd. De rechtbank stelt vast dat de invorderingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de naheffingsaanslag aan belanghebbende is verzonden. Hierdoor zijn de aanmaningskosten ten onrechte in rekening gebracht en wordt het beroep gegrond verklaard.
De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, de aanmaningskosten komen te vervallen, en belanghebbende krijgt recht op een proceskostenvergoeding van € 1.297 en vergoeding van het griffierecht van € 50, met wettelijke rente indien niet tijdig betaald. De rechtbank besluit het onderzoek ter zitting achterwege te laten omdat dit niet noodzakelijk is.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, beroep tegen aanmaningskosten gegrond, dwangsom en proceskostenvergoeding toegekend.