Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
de heffingsambtenaar.
1.Inleiding
2.Feiten en beoordeling door de rechtbank
3.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake aanslagen watersysteemheffing en zuiveringsheffing voor de jaren 2020 en 2021. De rechtbank heeft op 2 december 2022 de zaak behandeld waarbij partijen hebben erkend dat het hoorrecht van belanghebbende door de heffingsambtenaar is geschonden.
Gelet op deze schending oordeelt de rechtbank dat de uitspraken op bezwaar vernietigd moeten worden en dat de zaken worden terugverwezen naar de heffingsambtenaar voor een nieuwe beslissing waarbij het hoorrecht in acht wordt genomen. Daarnaast wordt de heffingsambtenaar opgedragen het griffierecht van €50 aan belanghebbende te vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente.
Belanghebbende had tevens proceskosten gesteld voor reis- en verletkosten. De rechtbank wijst de vergoeding van reiskosten toe, zoals reeds eerder in vergelijkbare zaken was beslist, maar ziet geen aanleiding voor vergoeding van de verletkosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de uitspraken op bezwaar vernietigd wegens schending van het hoorrecht.