ECLI:NL:RBZWB:2022:7958
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 9 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden plus een verlenging van zes maanden besloten, waardoor de beslistermijn is verstreken.
Eiseres heeft verweerder op 13 april 2022 in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen een redelijke termijn alsnog moet beslissen, waarbij een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak wordt vastgesteld.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van €379,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst een langere termijn dan twee weken toe vanwege het grote aantal aanvragen en de noodzaak van zorgvuldige behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.