ECLI:NL:RBZWB:2022:7959
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 19 januari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen, verweerder, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden (uitbreidbaar met zes maanden) een besluit genomen, waardoor eiser op 22 juni 2022 verweerder in gebreke stelde. Na het verstrijken van de ingebrekestelling stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Hoewel verweerder om een langere termijn van dertien weken verzocht wegens de grote hoeveelheid verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling, acht de rechtbank een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk. De rechtbank wijst een dwangsom toe van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser, waarbij het gewicht van de zaak als licht wordt aangemerkt. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen de gestelde termijn alsnog een besluit moet nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.