ECLI:NL:RBZWB:2022:7977
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens gegrondverklaring bezwaar Ziektewet-uitkering
Verzoeker had een Ziektewet-uitkering die per 4 juni 2021 werd beëindigd omdat hij weer geschikt werd geacht voor zijn eigen werk. Na bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond, waarna verzoeker beroep instelde. Vervolgens trok verweerder het bestreden besluit in en verklaarde het bezwaar alsnog gegrond, waardoor verzoeker recht behield op de uitkering vanaf 4 juni 2021.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. Verweerder stemde in met vergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en griffierecht, maar betwistte de werkelijke kosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder proceskosten moest vergoeden voor de beroepsfase en medische informatie, maar wees een hogere vergoeding dan het forfaitaire tarief af omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond. De rechtbank veroordeelde verweerder tot een proceskostenvergoeding van € 966,74.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 966,74 aan verzoeker.