ECLI:NL:RBZWB:2022:7985
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiser ontvangt sinds maart 2020 een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid tussen 80 en 100%. Na een wijziging in zijn gezondheid heeft het UWV een medisch en arbeidskundig onderzoek uitgevoerd, waaruit bleek dat eiser op 12 februari 2021 voor 11,04% arbeidsongeschikt is. Het UWV besloot daarop de WGA-loonaanvullingsuitkering per 1 mei 2021 te beëindigen. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en conform de geldende richtlijnen is uitgevoerd, waarbij de verzekeringsartsen het dossier hebben bestudeerd, eiser hebben onderzocht en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst hebben vastgelegd. De stelling van eiser dat onvoldoende rekening is gehouden met het Bio psychosociale model wordt niet gevolgd wegens gebrek aan onderbouwing.
De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat eiser niet geschikt is voor zijn eigen functie, maar wel voor drie andere functies die passend zijn bij zijn belastbaarheid. Het maatmanloon is volgens de rechtbank correct vastgesteld. De rechtbank ziet geen schending van het vertrouwensbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel, aangezien het UWV bevoegd is tot herbeoordeling en eiser zelf een wijziging heeft gemeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering per 1 mei 2021. Proceskosten worden niet vergoed omdat eiser in het ongelijk wordt gesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering per 1 mei 2021.