Eiser, geboren in 1995, vroeg meerdere keren een Wajong-uitkering aan, maar het UWV stelde vast dat hij over arbeidsvermogen beschikt. Na een arbeidsdeskundige en medische beoordeling, inclusief een rapport van een verzekeringsarts, concludeerde het UWV dat eiser in staat is om minimaal vier uur per dag te werken.
Eiser betoogde dat zijn fysieke en psychische beperkingen zijn toegenomen en dat hij duurzaam volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank oordeelde dat het eerdere besluit van 1 april 2020 rechtsgeldig is en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.
De rechtbank beoordeelde ook het beroep op toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen de vijfjaarstermijn na de 18e verjaardag. De medische gegevens toonden progressieve klachten na deze periode, maar niet binnen de relevante periode. Psychische klachten werden niet onderbouwd en konden niet tot toekenning leiden omdat ze niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkomen.
De rechtbank concludeerde dat eiser voldoende arbeidsvermogen heeft en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.