ECLI:NL:RBZWB:2022:7990
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar van 24 juni 2022 tegen de beschikking eerste toets herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 13 mei 2022, waarin een afwijzing van € 30.000 is opgenomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn, die door verlenging maximaal tot 28 oktober 2022 liep, heeft overschreden. Eiser heeft verweerder vervolgens op 1 november 2022 ingebreke gesteld, waarna het beroep is ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen een redelijke termijn alsnog te beslissen.
Verweerder verzocht om een langere termijn van tien weken vanwege het grote aantal bezwaren en de complexiteit van de herbeoordeling. De rechtbank acht een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door toedoen van eiser af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 379,50 aan eiser. Een verzoek tot vergoeding van hogere proceskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat verweerder binnen negen weken alsnog moet beslissen met een dwangsom bij overschrijding.