De kinderrechter heeft op 15 december 2022 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader met gezag te verlengen tot 16 februari 2023. Deze verlenging is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, terwijl tegelijkertijd wordt toegewerkt naar een thuisplaatsing bij de moeder, die de hoofdverblijfplaats heeft.
De gecertificeerde instelling (GI) bracht naar voren dat er nog steeds wettelijke gronden zijn voor de uithuisplaatsing, mede vanwege zorgen over de interactie tussen de moeder en de minderjarige, die voortkomen uit mogelijk trauma bij de moeder. De moeder toont echter groei in het reguleren van emoties en is bereid tot medewerking aan hulpverlening na thuisplaatsing. De vader ondersteunt het belang van de minderjarige en een nader onderzoek naar hoofdverblijfplaats en zorgregeling is nog gaande.
De kinderrechter overweegt dat de uithuisplaatsing een ultimum remedium is en niet langer mag duren dan strikt noodzakelijk. Er is onvoldoende bewijs voor een onveilige thuissituatie bij de moeder. Daarom wordt de machtiging verlengd met de verwachting dat de minderjarige voor 16 februari 2023 bij de moeder wordt thuisgeplaatst. De GI krijgt de opdracht om aanvullende hulpverlening te regelen en samen met de ouders een zorgregeling te treffen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad gesteld om directe uitvoering te waarborgen.