ECLI:NL:RBZWB:2022:8015
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag toeslagen
Eiser heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag van 30 april 2021. Hoewel eiser het beroep te vroeg indiende, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk omdat de termijn inmiddels is verstreken en er nog geen besluit is genomen.
De Belastingdienst had uiterlijk 30 april 2022 moeten beslissen, na een verlenging van de beslistermijn. Eiser stelde de Belastingdienst op 4 november 2022 in gebreke, waarna de rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst binnen twee weken na de uitspraak moest beslissen. Verweerder verzocht om een langere termijn vanwege de grote werklast.
De rechtbank acht een termijn van elf weken redelijk en wijst het verzoek tot verlenging van de termijn met vertraging door eiser af. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van de termijn. Verweerder moet het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.