ECLI:NL:RBZWB:2022:8017
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig besluit Wob-verzoek
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op haar bezwaar tegen een eerder genomen besluit op haar Wob-verzoek. Nadat de minister alsnog op het bezwaar heeft beslist, heeft verzoekster het beroep ingetrokken met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het verzoek tot proceskostenveroordeling behandeld zonder zitting en geoordeeld dat de minister aan het beroep is tegemoetgekomen. De rechtbank heeft de proceskosten voor de beroepsfase vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en jurisprudentie dat dergelijke geschillen als licht worden beschouwd.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de minister verplicht is het griffierecht van €365,- te vergoeden aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten en griffier B.C. van Sprundel-Thelosen op 29 december 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van €379,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een besluit.