ECLI:NL:RBZWB:2022:8023
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens toekenning IVA-uitkering
Verzoeker diende beroep in tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin hem per 5 maart 2021 geen uitkering werd toegekend op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door het UWV op 10 augustus 2022, werd het beroep ingesteld. Vervolgens wijzigde het UWV op 9 november 2022 het bestreden besluit en erkende dat verzoeker per genoemde datum volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, waardoor hij alsnog recht heeft op een IVA-uitkering.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het verzoek gegrond is en veroordeelde het UWV tot betaling van € 759,- aan proceskosten voor de beroepsfase, exclusief het griffierecht dat verzoeker rechtstreeks bij het UWV moet claimen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens toekenning van een IVA-uitkering.