ECLI:NL:RBZWB:2022:8024
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep Wajong-uitkering
Verzoekster had een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) aangevraagd, welke door het UWV werd geweigerd in een besluit van november 2019. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het bezwaarbesluit werd vernietigd, wees het UWV in augustus 2022 opnieuw het bezwaar af. Verzoekster stelde daarop beroep in. Vervolgens wijzigde het UWV het bestreden besluit in december 2022 en kende alsnog de Wajong-uitkering toe met terugwerkende kracht vanaf augustus 2019.
Naar aanleiding van deze wijziging trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en dat verzoekster recht had op vergoeding van de proceskosten die tijdens de beroepsfase waren gemaakt. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €759,- en wees erop dat het griffierecht van €50,- door het UWV vergoed moet worden.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 30 december 2022. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ten bedrage van €759,-.