ECLI:NL:RBZWB:2022:8094
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen beëindiging WIA-uitkering
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering door het UWV. Nadat het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde verzoekster beroep in. Later wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog een WIA-uitkering toe, waarna verzoekster het beroep introk met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte kosten voor rechtsbijstand en deskundigenrapportage. De vergoeding van de deskundigenkosten werd gemaximeerd op het wettelijk tarief van €136,19 per uur, met een totaalbedrag inclusief btw van €1.318,32.
De rechtbank wees erop dat het griffierecht van €49,- door het UWV vergoed dient te worden zonder veroordeling. De zitting ging niet door vanwege de intrekking, waardoor kosten voor aanwezigheid bij de zitting niet werden vergoed. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €2.077,32.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €2.077,32 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep.