Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[gedaagde] B.V.,
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
- griffierecht: € 667,00
- salaris advocaat:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft aan gedaagde opdracht gegeven voor de bouw van een woning en vordert in kort geding inzage in alle inkoopfacturen die betrekking hebben op het uitgevoerde werk. Dit om onderzoek naar herstelwerkzaamheden te kunnen doen, controle op doorbelasting van kosten, vaststelling van een beroep op dwaling en informatievoorziening aan toekomstige kopers.
Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat er geen spoedeisend belang bestaat omdat dezelfde vordering al in een bodemprocedure loopt, er voldoende specificaties zijn verstrekt en herstelwerkzaamheden zonder facturen zijn uitgevoerd.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat eiser onvoldoende spoedeisend belang heeft bij de gevorderde inzage. De rapportages tonen niet aan dat de facturen noodzakelijk zijn voor herstelwerkzaamheden, het belang bij controle van doorbelasting kan worden afgewacht in de bodemprocedure, en het beroep op dwaling is niet spoedeisend. Ook het informeren van toekomstige kopers is onvoldoende onderbouwd.
Daarmee voldoet de vordering niet aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 843a Rv en wordt deze afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Vordering tot inzage in inkoopfacturen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend rechtmatig belang.