ECLI:NL:RBZWB:2022:8185
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Tilman-Knoester
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering huurprijsverhoging wegens onvoldoende bewijs en geen huurachterstand
Eiser vordert betaling van achterstallige huur en wettelijke rente van gedaagde, stellende dat huurprijsverhogingen en indexeringen hebben plaatsgevonden. Gedaagde betwist de huurverhogingen en stelt dat zij steeds de juiste huur heeft betaald, waarbij zij vrijstelling heeft voor gemeentelijke belastingen.
De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomst een maandhuur van € 830,00 inclusief € 20,00 gemeentelijke belastingen vermeldt. Er is onduidelijkheid over de huurprijsverhogingen die eiser stelt te hebben doorgevoerd, maar onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat er een hogere huurprijs is overeengekomen dan de oorspronkelijke € 830,00.
Daarnaast is niet komen vast te staan dat gedaagde een huurachterstand heeft, mede omdat zij een ondertekende afspraak over de betaling tot en met oktober 2017 heeft overgelegd en de betalingen na aftrek van gemeentelijke belastingen steeds voldaan zijn. De vorderingen tot betaling van achterstallige huur, rente en kosten worden afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld op € 218,00. Het vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en op 16 februari 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot betaling van huurachterstanden worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van huurprijsverhogingen en vaststelling dat huurbetalingen zijn voldaan.