De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 30 december 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn toen 10- en 11-jarige kleindochter. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meerdere malen de vagina van het slachtoffer heeft betast in de periode van 1 januari 2020 tot en met 10 oktober 2021.
De bewijsvoering bestond uit de aangifte, het studioverhoor van het slachtoffer en de verklaring van verdachte bij de politie, waarin hij een bekennende verklaring aflegde. De rechtbank verwierp de ontkenning van verdachte tijdens de zitting en vond ook steun in de verklaring van de vrouw van verdachte. De rechtbank concludeerde dat verdachte het vertrouwen van het slachtoffer en haar ouders ernstig heeft geschonden en dat het handelen psychische schade heeft veroorzaakt.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 18 weken, waarvan 12 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarde geldt dat verdachte niet met minderjarigen alleen mag zijn zonder aanwezigheid van een andere volwassene. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €5.019,80 schadevergoeding aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De schadevergoedingsmaatregel werd opgelegd met mogelijkheid tot gijzeling bij niet-betaling.
De rechtbank wees de vorderingen van de ouders van het slachtoffer grotendeels af wegens gebrek aan rechtstreekse schade, behalve voor verplaatste schade zoals reiskosten. De behandeling die verdachte vrijwillig volgt bij Fivoor werd niet als bijzondere voorwaarde opgelegd, omdat verdachte gemotiveerd is deze voort te zetten.
Het vonnis weerspiegelt de ernst van het feit en de impact op het slachtoffer en haar familie, met een straf die deels voorwaardelijk is om herhaling te voorkomen.