Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift ex artikel 29f Sv;
- de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker diende een verzoekschrift in op grond van artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering, met het verzoek de strafzaak tegen hem te beëindigen vanwege de langdurige duur en vermeende onterechte verdenking. Tijdens de raadkamerzitting gaf de advocaat van verzoeker aan dat hetzelfde verzoek per abuis tweemaal was ingediend. Het eerdere verzoek was reeds op 5 december 2022 afgewezen door de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het verzoek in behandeling te nemen, maar dat een inhoudelijke beoordeling achterwege kon blijven wegens gebrek aan belang, aangezien reeds op hetzelfde verzoek was beslist. Verzoeker werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoekschrift.
De beslissing werd op 21 december 2022 uitgesproken door rechter R.J.H. Goossens in aanwezigheid van de griffier. Verzoeker was opgeroepen maar niet aanwezig bij de zitting.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang omdat het verzoek reeds eerder is beoordeeld.