ECLI:NL:RBZWB:2022:8238

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 december 2022
Publicatiedatum
12 januari 2023
Zaaknummer
22-019011
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29f Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging strafzaak wegens overschrijding redelijke termijn

Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 29f Sv om de strafzaak tegen hem te beëindigen vanwege een exorbitante overschrijding van de redelijke termijn. De feiten betreffen oplichting, merkenfraude, witwassen en identiteitsfraude uit 2016/2017 met meerdere gedupeerden.

De rechtbank hield op 21 november 2022 een raadkamerzitting waarbij de officier van justitie en de raadsman van verzoeker werden gehoord. Verzoeker was opgeroepen maar niet verschenen. De raadsman gaf aan dat ondanks ontvangst van een omvangrijk dossier van 3050 pagina's, nog geen vervolgingsbeslissing was genomen en dat verdere vervolging niet opportuun is vanwege de achterstand in de strafrechtsketen en het belang van recente zaken.

De officier van justitie stelde dat het dossier inmiddels beschikbaar is en binnenkort zal worden beoordeeld. Het onderzoek heeft langer geduurd door internationale rechtshulp, maar het tijdsverloop is niet zodanig dat de strafzaak beëindigd moet worden. De rechtbank oordeelt dat enkel tijdsverloop onvoldoende is voor beëindiging en dat de vervolging nog niet is gestaakt. Daarom wijst zij het verzoek af.

Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wordt afgewezen en de vervolging wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-058352-22
rk-nummer: 22-019011
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f (voorheen 36) van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 26 augustus 2022, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. J.J.J. van Rijsbergen, Postbus 4650 te 4803 ER Breda.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
  • het verzoekschrift ex artikel 29f Sv;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 21 november 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. J.H.E.M. Kersemaekers, gemachtigd waarnemend advocaat van verzoeker, gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoekschrift verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat hij op 1 augustus 2018 in verzekering is gesteld en dat hij na zijn invrijheidstelling niets meer van de zaak heeft vernomen. Daarbij is medegedeeld dat op 15 juli 2020 een eerder ingediend verzoekschrift ongegrond is verklaard. Inmiddels zijn er wederom twee jaren verstreken zonder dat verzoeker ook maar iets heeft vernomen. Verzoeker wordt hierdoor bezwaard. Het is in zijn belang dat de zaak is geëindigd. Verzoeker vraagt de rechtbank de strafzaak tegen hem als beëindigd te verklaren. De raadsman heeft per e-mail van 20 november 2022 te kennen gegeven dat hij inmiddels de processtukken in de zaak heeft ontvangen. Het betreft 12 ordners van in totaal 3050 pagina's. Namens verzoeker wordt gepersisteerd bij het verzoek de zaak te beëindigen. Het gaat immers om feiten uit 2016/2017, inmiddels ruim vijf jaar geleden. Het betreft derhalve een zaak waarin de redelijke termijn exorbitant is overschreden. Daarnaast is opgemerkt dat, ondanks dat het einddossier in de stokoude zaak al ruim zeven maanden beschikbaar is, er nog steeds geen vervolgingsbeslissing is genomen. Gelet daarop acht de raadsman verdere vervolging niet opportuun. De zaak zal gelet op de omvang niet op korte termijn worden behandeld en er dienen nog onderzoekswensen te worden uitgevoerd. De achterstand in de strafrechtsketen blijft daarom bestaan, waardoor het ook maatschappelijk niet opportuun is verder te vervolgen. De maatschappij heeft immers meer belang bij inzet van capaciteit in de strafrechtsketen in recente zaken. In raadkamer heeft de advocaat gepersisteerd bij het verzoekschrift.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen. Daartoe is aangevoerd dat de officier van justitie per e-mail van 19 april 2022 aan de raadsman heeft laten weten dat het eindproces-verbaal in de zaak met (nieuw) parketnummer 02-058352-22 inmiddels is ontvangen en digitaal zal worden verstrekt aan de raadsman. Een beoordeling van het procesdossier moet nog worden gemaakt, maar dit wordt op niet al te lange termijn verwacht.
In reactie op de e-mail van de raadsman van 20 november 2022 heeft de officier van justitie te kennen gegeven te persisteren bij het eerder ingenomen standpunt. Het betreft een omvangrijk procesdossier en er zijn meerdere gedupeerden. Daarbij is te kennen gegeven dat het onderzoek inderdaad langer heeft geduurd dan gewenst, maar dat dit mede kwam door het feit dat er rechtshulp is verzocht en ontvangen van andere landen. De officier van justitie acht het tijdsverloop na ontvangst van het einddossier niet dusdanig dat het verzoek beëindiging strafzaak dient te worden ingewilligd. In raadkamer heeft de officier van justitie gepersisteerd bij het eerder ingenomen standpunt.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen.
Bij de toepassing van artikel 29f Sv staat het belang van de verzoeker voorop om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de tegen hem aangevangen en nog niet beëindigde vervolging door het Openbaar Ministerie. De maatstaf bij de beoordeling van het verzoek is of in de zaak van de verzoeker, die nog niet formeel is geëindigd, niettemin gezegd kan worden dat de vervolging niet wordt voortgezet. Enkel tijdsverloop is onvoldoende om over te gaan tot beëindiging van de strafzaak.
Verzoeker wordt verdacht van oplichting, merkenfraude, witwassen en identiteitsfraude met meerdere gedupeerden. Inmiddels is het einddossier van meer dan 3.000 pagina’s gereed. De officier van justitie heeft te kennen gegeven op niet al te lange termijn over te gaan tot beoordeling van de zaak.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zich niet de situatie voordoet dat de vervolging niet wordt voortgezet. Zij zal het verzoek dan ook afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank
- wijst het verzoek tot beëindiging van de strafzaak af.
Deze beslissing is op 5 december 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2022.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.