ECLI:NL:RBZWB:2022:8278

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 juni 2022
Publicatiedatum
17 januari 2023
Zaaknummer
22-005569
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 36b SrArt. 552f SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke gegrondverklaring klaagschrift tegen strafvorderlijk beslag op auto

Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het strafvorderlijk beslag op zijn auto en mobiele telefoon, waarbij hij stelde dat het beslag niet langer gerechtvaardigd was en hij de goederen dringend nodig had voor zijn werk als accountmanager.

De officier van justitie gaf aan dat de telefoon kon worden teruggegeven, maar dat het beslag op de auto gehandhaafd moest blijven omdat deze vermoedelijk was gebruikt bij een diefstal en mogelijk verbeurdverklaring zou volgen.

De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift voor de telefoon niet-ontvankelijk was omdat deze reeds was teruggegeven. Ten aanzien van de auto stelde de rechtbank vast dat het dossier zeer summier was en onvoldoende aanwijzingen bevatte dat de auto daadwerkelijk was gebruikt bij het strafbare feit. Ook waren er geen gestolen goederen in de auto bij aanhouding en was niet gebleken van eerder gebruik bij strafbare feiten.

Daarom werd het klaagschrift voor de auto gegrond verklaard en gelast dat de auto aan klager wordt teruggegeven. De beslissing werd genomen tijdens een openbare zitting op 27 juni 2022 door rechter E.B. Prenger.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt deels gegrond verklaard en de auto wordt aan klager teruggegeven, terwijl het klaagschrift voor de telefoon niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/041191-22
rk.nummer: 22-005569
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]
geboren op [geboortedag] 1995,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M.A.W. Nillesen, Stationsweg 14, 5211 TW
’s-Hertogenbosch
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift, ingediend op 1 maart 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie;
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 13 juni 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, klager en mr. Y. Ameziane als waarnemend en gemachtigd raadsvrouw van klager.
Namens klager is aangevoerd dat er onder hem een auto (Volkswagen Golf, [kenteken] ) en een mobiele telefoon (merk: Sony) in beslag zijn genomen op 16 februari 2022. Klager is eigenaar van beide goederen en hij heeft beide goederen ook dringend nodig. Klager is werkzaam als account-manager en reist het hele land door, hetgeen niet lukt met het openbaar vervoer. Naar het oordeel van klager is er geen enkel strafvorderlijk belang meer gediend bij de (verdere) inbeslagname van de goederen. Redenen waarom klager de rechtbank verzoekt zijn klaagschrift gegrond te verklaren onder teruggave van de auto en de telefoon.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon kan worden teruggeven aan klager. Het beslag over de auto dient gehandhaafd te blijven. Het lijkt er sterk op dat de auto gebruikt is voor een diefstal. De officier van justitie is van mening dat het onder die omstandigheden niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de auto zal bevelen.
De raadsvrouw van klager heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het klaagschrift, voor zover dit ziet op de teruggave van de telefoon, geen doel meer treft nu de telefoon reeds is geretourneerd aan klager.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift voor zover dit ziet op de in beslag genomen auto.
Voor wat betreft de onder klager in beslag genomen telefoon stelt de rechtbank vast dat het beslag op grond van artikel 94 Sv Pro reeds is geëindigd omdat de betreffende telefoon is teruggegeven aan klager. De rechtbank zal klager niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag voor zover dit ziet op de telefoon.
Bij de inhoudelijke beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank is van oordeel dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard en overweegt daartoe als volgt. Blijkens de verklaring van de officier van justitie in raadkamer is de auto van klager in beslag genomen omdat deze gebruikt zou zijn bij een (lading)diefstal en is het niet hoogst onwaar-schijnlijk dat de auto vatbaar is voor een latere verbeurdverklaring door de strafrechter. De rechtbank overweegt dat het enkele gebruik van een vervoersmiddel kort voorafgaand aan, tijdens of na afloop van het plegen van een strafbaar feit op zichzelf niet de conclusie rechtvaardigt dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later tot een verbeurdverklaring zal komen. De rechtbank overweegt voorts dat zij over een zeer summier dossier beschikt waaruit niet valt af te leiden op welke wijze de auto is gebruikt door verdachte en in welke relatie dit gebruik van de auto staat tot het vermeende strafbare feit. Uit de stukken volgt wel dat op het moment dat verdachte werd aangehouden, zich geen gestolen goederen in de auto bevonden en voorts dat niet is gebleken dat de auto eerder voor het plegen van strafbare feiten is gebruikt.
Gelet op het voorgaande zal het klaarschrift gedeeltelijk gegrond worden verklaard en worden bepaald dat de auto aan klager dient te worden teruggegeven.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart:
klager
niet-ontvankelijkin zijn klaagschrift voor zover dit ziet op de telefoon;
Verklaart het klaagschrift
gegrondvoor zover dit ziet op de auto;
gelast de teruggave van de Volkswagen Golf met [kenteken] aan klager.
Deze beslissing is op 27 juni 2022 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ’t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).