ECLI:NL:RBZWB:2022:8298

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 juli 2022
Publicatiedatum
18 januari 2023
Zaaknummer
22-003483 en 22-003484
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding na vrijspraak en voorlopige hechtenis

Verzoeker diende verzoeken in op grond van artikelen 530 en 533 Sv voor vergoeding van schade en kosten geleden tijdens het strafproces, waaronder kosten rechtsbijstand, reiskosten en schade wegens voorlopige hechtenis. De rechtbank stelde vast dat verzoeker niet in verzekering was gesteld, waardoor vergoeding op grond van artikel 533 Sv Pro voor inverzekeringstelling niet kan worden toegekend.

De rechtbank erkende de impact van de aanhouding en het verblijf op het politiebureau, vooral gezien de jeugdige leeftijd van verzoeker, maar wees het verzoek tot vergoeding van schade wegens voorlopige hechtenis af vanwege het ontbreken van wettelijke grondslag. Wel werd het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en reiskosten voor het bijwonen van de zitting toegewezen, evenals het forfaitaire bedrag voor het indienen en behandelen van de verzoekschriften.

De rechtbank wees de reiskosten in verband met bezoek aan de raadsvrouw af, omdat deze buiten het beslissingskader van artikel 533 Sv Pro vallen. De beslissing werd genomen tijdens een openbare zitting op 6 juli 2022, waarbij verzoeker niet aanwezig was maar vertegenwoordigd door zijn advocaat. De totale toegekende vergoeding bedroeg € 4.285,49, die zal worden overgemaakt aan de Stichting Derdengelden van Advocatenkantoor Assouiki.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot € 4.285,49 en wijst het verzoek ex artikel 533 Sv af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-156123-21
rk-nummers: 22-003483 en 22-003484
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 17 februari 2022 in de zaak:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 2001, te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. N. Assouiki, gevestigd en kantoorhoudende aan de Bisschop Zwijsenstraat 25, 5038 VA Tilburg.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 200,00, € 200,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
 Het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 3.591,28, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 18,01, voor vergoeding van reiskosten;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 29 november 2021, waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 22 juni 2022 heeft het onderzoek in raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.M.A. in ’t Veld en mr. Assouiki als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de tijd die hij op het politiebureau heeft doorgebracht, heel veel impact heeft gehad, gelet op zijn leeftijd en het feit dat hij nooit eerder met justitie in aanraking was geweest. Hoewel hij op dat moment formeel niet in verzekering was gesteld, is de raadsvrouw van mening dat toewijzing van het verzochte in de rede ligt. Ook de reiskosten in het kader van het bezoek aan de raadsvrouw zijn redelijk en billijk en dienen te worden vergoed.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de stukken naar voren komt dat er geen inverzekeringstelling heeft plaatsgevonden. Om die reden kan de daartoe verzochte vergoeding niet worden toegekend. De reiskosten die verzoeker heeft gemaakt om naar zijn raadsvrouw te gaan, worden conform vaste jurisprudentie ook niet vergoed. De officier van justitie geeft aan dat bij de raadsvrouw bekend had moeten zijn dat op grond van vaste regelgeving en jurisprudentie deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen en had moeten weten dat het indienen van dit verzoek en de behandeling op zitting tot niets zouden leiden. Om die reden vindt de officier van justitie dat slechts de forfaitaire vergoeding voor indiening van het verzoekschrift, te weten een bedrag van 340,00 euro, voor toewijzing in aanmerking komt en het overige dient te worden afgewezen. De kosten voor rechtsbijstand en reiskosten ten behoeve van de zitting kunnen wel worden toegewezen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 533 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt
geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane
verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ten aanzien van het verzoek ex artikel 533 Sv Pro stelt de rechtbank op grond van de haar ter beschikking staande stukken dat verdachte niet in verzekering is gesteld. De rechtbank heeft begrip voor het feit dat de aanhouding en het verblijf op het politiebureau, zeker gelet op de jeugdige leeftijd van verzoeker, enorme impact heeft gehad. Echter, gelet op de wettelijke grondslag van artikel 533 Sv Pro waarbij een vergoeding enkel kan worden toegekend als van inverzekeringstelling sprake is geweest, is er geen ruimte voor toewijzing van het verzochte bedrag. Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 3.591,28is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank niet onbillijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van
€ 14,21 toe.
De reiskosten in het kader van een bezoek aan de raadsvrouw vallen, buiten het beslissingskader van artikel 533 Sv Pro (zie onder meer ECLI:NL:GHARL:2014:1898). Het verzoek zal in zoverre worden afgewezen.
Ten aanzien van de toewijzing van de forfaitaire vergoeding overweegt de rechtbank als volgt.
De officier van justitie heeft weliswaar betoogd dat de forfaitaire vergoeding voor de behandeling van het verzoekschrift dient te worden afgewezen, maar de rechtbank is van oordeel dat de raadsvrouw, gelet op de belangen van haar cliënte, de gelegenheid dient te krijgen het verzoek op zitting mondeling toe te lichten, ook als de haalbaarheid van het verzoek twijfelachtig is. Om die reden zal de rechtbank de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer, te weten het forfaitaire bedrag van
€ 680,00,toekennen.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe, af;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 4.285,49, bestaande uit:
- € 3.591,28 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 14,21 aan reiskosten; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
wijst de verzoeken voor het overige af.
bepaalt dat een bedrag van € 4.285,49 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden van Advocatenkantoor Assouiki, onder vermelding van “ [naam] , parketnummer 02-156123-21.”
Deze beslissing is op 6 juli 2022 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van G.T.A. Schuurmans-Knoop, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2022..
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en Pro ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).