ECLI:NL:RBZWB:2022:830
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening Participatiewet niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit
Verzoeker heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen in het kader van de Participatiewet. De voorzieningenrechter heeft de zaak behandeld zonder zitting op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro.
De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker op 1 november 2021 of 10 december 2021 een aanvraag om een uitkering heeft ingediend waarop het college nog niet heeft beslist. De voorzieningenrechter stelt vast dat de brief van 10 december 2021 niet kan worden aangemerkt als een aanvraag en dat het college geen aanvraag heeft ontvangen op genoemde data. Hierdoor ontbreekt het connexiteitsvereiste, dat inhoudt dat er eerst een besluit moet zijn waartegen bezwaar of beroep is ingesteld.
Omdat niet is voldaan aan dit vereiste, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en neemt het verzoek niet inhoudelijk in behandeling. Verzoeker wordt gewezen op een e-mail van 25 januari 2022 waarin de procedure voor het aanvragen van bijstand is toegelicht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.E.M. Marsé op 18 februari 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het connexiteitsvereiste.