ECLI:NL:RBZWB:2022:8328

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 juli 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
22-008051
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 94a SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring klaagschrift en teruggave van beslag op vorkheftruck en personenauto

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een klaagschrift ex artikel 552a Sv ingediend door de klager tegen beslaglegging op een vorkheftruck en een personenauto. De beslagene was eigenaar van de goederen, maar klager stelde dat deze goederen aan hem toebehoorden. Tijdens de raadkamerzitting werden beide partijen gehoord, waarbij klager voldoende bewijs overlegde dat hij de rechtmatige eigenaar was.

De officier van justitie verzette zich tegen teruggave omdat het conservatoir beslag was gelegd met het oog op mogelijke compensatie van slachtoffers. De rechtbank oordeelde echter dat het belang van de strafvordering zich niet verzet tegen teruggave, omdat het onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de verbeurdverklaring zal uitspreken. Er was geen aanwijzing dat klager betrokken was bij een strafbaar feit met betrekking tot de goederen.

De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de vorkheftruck en de Volkswagen Golf aan de klager. De beslissing werd op 21 juli 2022 uitgesproken door rechter R.J.H. de Brouwer. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en teruggave van de vorkheftruck en Volkswagen Golf aan klager gelast.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Middelburg
parketnummer: 02-027057-22
rk.nummer: 22-008051
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager] BV,
[adres] ,
vertegenwoordigd door de heer [naam] ,
hierna te noemen: de klager.
Beslagene is: [beslagene],
geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres]

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgevingen van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 15 december 2021 onder beslagene een personenauto type Mercedes-Benz E320 Cdi in beslag is genomen, op 16 december 2021 een vorkheftruck Still Gas (hierna: de heftruck)en op 20 december 2021 een personenauto met [chassisnummer] ;
  • de vordering machtiging conservatoir beslag van 1 februari 2022 om voornoemde drie voorwerpen ook conservatoir in beslag te nemen, waaruit ook blijkt dat de laatste personenauto een Volkswagen betreft (de Volkswagen Golf);
  • de machtiging conservatoir beslag van de rechter-commissaris van 2 februari 2022;
  • het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 12 april 2022 ter griffie van deze rechtbank;
  • de reactie van de officier van justitie.
Op de raadkamer van 7 juli 2022 zijn de officier van justitie, mr. G. Smid, klager en beslagene gehoord.
Beslagene en klager stellen zich op het standpunt dat de heftruck en de Volkswagen Golf aan klager toebehoren. Klager verzoekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave van de genoemde goederen aan de klager.
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de klager en heeft daartoe aangevoerd dat er conservatoir beslag ligt, omdat het Openbaar Ministerie de opbrengst van de goederen wil gebruiken om de slachtoffers te kunnen compenseren. Het onderzoek is nog in volle gang en het is aan de zittingsrechter om alsdan een beslissing over het beslag te nemen.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
De rechtbank overweegt als volgt.
Klager heeft met stukken bij het klaagschrift en ter zitting genoegzaam aangetoond dat de vorkheftruck en de Volkswagen Golf aan hem toebehoren en niet aan de beslagene. Naar het oordeel van de rechtbank is buiten redelijke twijfel dat klager als eigenaar/rechthebbende van de vorkheftruck en de Volkswagen Golf moet worden beschouwd. De rechtbank zal het beklag gegrond verklaren en teruggave aan de klager gelasten.
Daarnaast doet zich niet de situatie voor als bedoeld in art. 94a, vierde of vijfde lid, Sv, zodat het beklag gegrond moet worden verklaard.
Weliswaar rust ook nog steeds beslag ex artikel 94 Sv Pro op voornoemde vorkheftruck en Volkswagen Golf, maar dat staat niet in de weg aan voornoemde teruggave. Zoals hiervoor overwogen is klager rechthebbende. Niet gebleken is dat klager bekend was met - voor zover daar al sprake van is - verkrijging van voornoemde goederen door middel van het strafbare feit of met het gebruik of de bestemming in verband daarmede, dan wel die verkrijging, dat gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden. Het is daarom hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend de verbeurdverklaring van die goederen uit zal spreken. Het belang van strafvordering verzet zich daarom niet tegen teruggave.
De rechtbank zal het klaagschrift dan ook gegrond verklaren en teruggave aan de klager gelasten.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan de klager van:
-een vorkheftruck, merk/type: Still Gas, kleur: oranje, Goednummer: PL2000-2021295919-2409209, PV-/Depnr [nummer 1] Vlgnr 2;
-een personenauto, [motornummer] , Goednummer: PL2000-2021295919-2410596: PV-/Depnr [nummer 2] Vlgnr 3.
Deze beslissing is op 21 juli 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2022.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).