ECLI:NL:RBZWB:2022:8342

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juli 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
010179-22 en 010178-22
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schadevergoeding na niet-toepassing inverzekeringstelling

Verzoeker diende twee verzoekschriften in tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand na een strafzaak die op 29 maart 2022 werd geseponeerd. Hij vorderde vergoeding voor een dag verblijf op het politiebureau en kosten van rechtsbijstand van ruim €6.300.

De rechtbank oordeelde dat geen inverzekeringstelling had plaatsgevonden, waardoor vergoeding op grond van artikel 533 Sv Pro niet mogelijk was. Daarnaast vond de rechtbank de specificatie van de kosten voor rechtsbijstand onvoldoende inzichtelijk en matigde daarom de vergoeding.

Verzoeker was opgeroepen voor de raadkamerzitting maar verscheen niet; zijn jurist gaf vooraf aan dat hij niet zou verschijnen. De officier van justitie handhaafde het standpunt tot afwijzing van de verzoeken.

De rechtbank concludeerde dat geen gronden van billijkheid aanwezig waren om vergoeding toe te kennen en wees daarom alle verzoeken af, inclusief de forfaitaire vergoeding voor het indienen van de verzoekschriften.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding en vergoeding rechtsbijstand wordt afgewezen wegens ontbreken inverzekeringstelling en onvoldoende specificatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-234054-21
rk-nummers: 010179-22 en 010178-22
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 17 mei 2022, in de zaak:
[verzoeker] ,geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres]
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 130,00, € 130,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 6.329,63, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 29 maart 2022;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 4 juli 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek in raadkamer verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft mr. M. Stroosnijder, jurist bij Achmea, per e-mail van 4 juli 2022 laten weten dat verzoeker niet in raadkamer zal verschijnen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat bij kennisgeving van de officier van justitie de strafzaak tegen verzoeker op 29 maart 2022 is geseponeerd. Verzoeker stelt schade te hebben geleden als gevolg van een ondergane inverzekeringstelling en verzoekt een vergoeding van
€ 130,00 voor de dag die hij op het politiebureau heeft doorgebracht. Tevens heeft verzoeker kosten gemaakt voor de aan hem verleende rechtsbijstand in verband met de strafzaak en verzoekt daarvoor een vergoeding van € 6.329,63, een en ander te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.
De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en het standpunt gehandhaafd dat de verzochte vergoeding ex artikel 533 Sv Pro dient te worden afgewezen nu verzoeker slechts is opgehouden voor verhoor. Het ophouden voor verhoor zonder dat verzoeker in verzekering is gesteld, valt niet onder de reikwijdte van artikel 533 Sv Pro. Ten aanzien van de verzochte vergoeding van de kosten voor de verleende rechtsbijstand stelt de officier van justitie zich eveneens op het standpunt dat deze dient te worden afgewezen dan wel dient te worden gematigd. Het gehanteerde uurtarief wijkt aanzienlijk af van het in dergelijke strafzaken gemiddelde gehanteerde uurtarief en tevens zijn er de nodige vragen te stellen over de opgevoerde uren.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 533 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker op 14 juni 2021 is aangehouden en diezelfde dag is heengezonden. Er is nimmer een bevel tot inverzekeringstelling gegeven en verzoeker heeft ook nimmer in verzekering doorgebracht op het politiebureau. Nu er geen inverzekeringstelling heeft plaatsgevonden zal de rechtbank het verzoek tot schadevergoeding wegens verblijf op het politiebureau afwijzen. Voor een vergoeding van een gedwongen verblijf op het politiebureau voorafgaand aan inverzekeringstelling biedt de wet geen grond, ook niet wanneer het de nachtelijke uren betreft.
Aan de rechtbank is ook verzocht een nota ter hoogte van € 6.329,63 aan rechtsbijstand te vergoeden ten laste van de staatskas.
Vooropgesteld merkt de rechtbank het volgende op. De declaratie aangaande verrichte juridische bijstand is een uitgangspunt dat door de rechtbank wordt betrokken in haar oordeel of er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid zijn om aan een verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de kosten van rechtsbijstand en, zo ja, tot welk bedrag. De rechtbank slaat daarbij onder meer acht op de omvang en de complexiteit van een onderliggende strafzaak en de specificaties aangaande de gefactureerde uren in de nota(’s). In het geval de rechtbank de gevraagde vergoeding, gelet op alle omstandigheden bovenmatig acht, kan dat een grond zijn om de gevraagde vergoeding te matigen dan wel af te wijzen.
Aan de hand van het aan verzoeker in rekening gebrachte bedrag wordt de redelijkheid van het aantal bestede uren en het uurtarief beoordeeld, waarbij de aard, omvang en complexiteit van de zaak een rol spelen. Om dit goed te kunnen beoordelen, is een specificatie van het aantal aan de zaak bestede uren noodzakelijk. Een afschrift van een dergelijke specificatie is weliswaar namens verzoeker als bijlage aan het verzoekschrift gehecht, maar deze zijn summier van aard en niet voldoende begrijpelijk. Uit de specificatie wordt niet (voldoende) duidelijk waar de advocaat de in rekening gebrachte uren (exact) aan heeft besteed en belangrijker nog, waarom deze uren zijn gespendeerd in relatie tot deze strafzaak. Zo is onduidelijk waarom (separaat) driemaal 6 minuten aan een intake zijn besteed, waarom tweemaal kosten worden gedeclareerd voor een nota en het voldoen daarvan, waarom tweemaal tijd is geschreven voor een sluitingsbrief en vervolgens 18 minuten voor sluiting en archivering en waarom de staatskas een overleg met de vader van verzoeker van 1 uur en 12 minuten in de strafzaak van verzoeker zou moeten vergoeden.
Nu een nadere specificatie en onderbouwing van de nota en de urenstaat ontbreekt en de advocaat van verzoeker ook niet in raadkamer is verschenen om hieromtrent een nadere toelichting te geven, zal de rechtbank het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand afwijzen.
Nu de verzoeken tot toekennen van een vergoeding worden afgewezen, wijst de rechtbank ook het verzoek tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding voor het indienen en de behandeling van de verzoekschriften in raadkamer af.

3.De beslissing

De rechtbank:
- wijst de verzoeken tot toekenning van een vergoeding af.
Deze beslissing is op 18 juli 2022 gegeven door mr. H.E. Goedegebuur, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en Pro ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).