Uitspraak
1.De procedure
- de brief van mr. Jurgers van 26 oktober 2022 met producties 18 tot en met 21;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 374,00(2,00 punten × € 187,00)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 23 januari 2015 sloten partijen een huurovereenkomst voor een woning in Moerdijk, waarin onderverhuur zonder schriftelijke toestemming van de verhuurder verboden was. De huurder verhuurde echter zonder toestemming kamers onder. De verhuurder stelde dit vast en sommeerde de huurder de onderhuur te stoppen. Daarnaast ontstond een huurachterstand door niet-betaling van huurverhoging en achterstallige huur.
De huurder voerde aan dat er mondelinge toestemming was gegeven en dat hij de huurbetalingen had opgeschort vanwege een dreigende executoriale verkoop. Ook betwistte hij de huurverhoging en het dringend eigen gebruik van de verhuurder. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs was voor een afwijkende mondelinge afspraak en dat de verhuurder geen toestemming had gegeven voor onderverhuur.
De rechtbank stelde vast dat de huurder ondanks waarschuwingen actief bleef zoeken naar onderhuurders, wat een tekortkoming in de nakoming opleverde die ontbinding rechtvaardigt. De vordering tot ontbinding werd toegewezen, de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen drie maanden en tot betaling van een schadevergoeding vanaf de ontbindingsdatum tot ontruiming. De gevorderde huurverhoging werd afgewezen wegens gebrek aan grondslag.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens onderverhuur zonder toestemming en huurachterstand, met ontruiming binnen drie maanden en betaling van schadevergoeding.