ECLI:NL:RBZWB:2022:847

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 februari 2022
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
C/02/394709/HA-RK/22-34
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 513 SvArt. 1 wrakingsprotocol Rechtbank Zeeland-West-BrabantArt. 4 wrakingsprotocol Rechtbank Zeeland-West-Brabant
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na aanvang einduitspraak politierechter

De wrakingskamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een wrakingsverzoek gericht tegen de politierechter mr. G.H. Nomes in een strafzaak. Het verzoek werd ingediend nadat de politierechter op 14 februari 2022 tijdens de mondelinge behandeling het onderzoek had gesloten en direct mondeling uitspraak deed.

Volgens artikel 512 en Pro 513 van het Wetboek van Strafvordering moet een wrakingsverzoek tijdig worden ingediend, namelijk zodra de feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot wraking bekend zijn en vóórdat de rechter met de einduitspraak is begonnen. In dit geval werd het verzoek pas gedaan tijdens de motivering van de uitspraak, waardoor het te laat was.

De wrakingskamer oordeelde dat de wetgever niet voorziet in wraking nadat de rechter de behandeling van de zaak heeft beëindigd met een eindbeslissing. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de strafzaak voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten conform het wrakingsprotocol van de rechtbank.

Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend na aanvang van de einduitspraak.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/02/394709 / HA RK 22-34
beslissing van 21 februari 2022 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres],
verder te noemen verzoekster,
advocaat: mr. H. Goedegebure, advocaat te Middelburg.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit het door de wrakingskamer op 15 februari 2022 ontvangen proces-verbaal van de zitting van 14 februari 2022 van de politierechter
mr. G.H. Nomes, belast met de behandeling van de strafzaak met parketnummers
02/310327-21 en 02/036065-21 (TUL), tijdens welke zitting het verzoek tot wraking is gedaan.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. G.H. Nomes (hierna: de rechter), optredend als politierechter in de hiervoor genoemde strafzaak.

3.De beoordeling

3.1
Op grond van artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering (hierna: Sv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 513, eerste lid, Sv wordt het verzoek tot wraking gedaan, zodra de feiten of omstandigheden als hiervoor bedoeld aan de verzoekster bekend zijn geworden.
3.2
Voordat tot inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan, dient
te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. Het verzoek moet worden
gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden bekend
zijn geworden. Bovendien moet het wrakingsverzoek zijn ingediend vóórdat de behandeling
van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. Dat betekent dat als een rechter met het doen van de einduitspraak is begonnen, er geen wrakingsverzoek meer kan worden ingediend. De wrakingskamer wijst in dit verband op artikel 1, vijfde lid van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, dat luidt:
Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de in lid 4 bedoelde feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden en voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak.
3.3
In dit geval heeft de rechter op 14 februari 2022 aan het einde van de mondelinge
behandeling het onderzoek ter terechtzitting in voornoemde zaak gesloten en meteen
mondeling uitspraak gedaan. Tijdens de motivering daarvan is de rechter door verzoekster
onderbroken en door haar gewraakt. Gelet op het bepaalde in artikel 1, vijfde lid van het
wrakingsprotocol van deze rechtbank is het verzoek daarom te laat gedaan. Deze
omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoekster niet in het wrakingsverzoek kan worden
ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet alleen mogelijk zolang een zaak
wordt behandeld door die rechter. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid een
rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het geven
van een eindbeslissing. Met die beslissing is iedere verdere bemoeienis van die rechter met
de zaak geëindigd.
3.4
Omdat sprake is van niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge
behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede
lid, sub d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank.

4.De beslissing

De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;
bepaalt dat de behandeling van de strafzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.
Deze beslissing is gegeven op 21 februari 2022 door mr. M.J.L. Holierhoek, mr. T. Peters en mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier, en in het openbaar uitgesproken.