Uitspraak
1.De procedure
- de incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
op 7 december 2022.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemprocedure vordert opposant ontheffing van de veroordeling uit het verstekvonnis van 27 oktober 2021 en niet-ontvankelijkverklaring van geopposeerde in haar vordering. Het verstekvonnis was gewezen wegens niet verschijnen van opposant en veroordeelde hem tot betaling van een geldbedrag.
Opposant stelde verzet in, maar de verzetdagvaarding werd niet tijdig bij de griffie ingediend en het herstelexploot werd pas laat betekend. De kantonrechter oordeelt dat het verzet daardoor niet tijdig is ingesteld, mede omdat opposant op de dag van betekening van het vonnis contact opnam met de deurwaarder, wat een daad van bekendheid vormt.
De kantonrechter verklaart opposant niet-ontvankelijk in zijn verzet en bekrachtigt het verstekvonnis. De mondelinge behandeling gaat niet door vanwege ziekte van de gemachtigde van opposant. Opposant wordt veroordeeld in de proceskosten van geopposeerde.
Uitkomst: Opposant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet wegens niet tijdige indiening van de verzetdagvaarding.