De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van de man om vervangende toestemming te verkrijgen voor verhuizing binnen 15 kilometer van zijn huidige woonplaats en om zijn minderjarige kind daarop in te schrijven. De vrouw was het hier niet mee eens en verzocht het verzoek af te wijzen of niet-ontvankelijk te verklaren, en stelde voor het hoofdverblijf van het kind bij haar te bepalen en de zorgregeling aan te passen.
Partijen zijn gescheiden en hebben samen het gezag over twee minderjarige kinderen, waarbij in het ouderschapsplan afspraken zijn gemaakt over inschrijving van de kinderen en zorgregeling. Tijdens de mondelinge behandeling op 8 september 2022 zijn de verzoeken en standpunten uitgebreid besproken. De rechtbank sprak met de oudste minderjarige en gaf de jongste de mogelijkheid om haar mening te geven, wat zij niet heeft gedaan.
Gezien de complexiteit van het geschil en het belang van goede communicatie tussen de ouders, heeft de rechtbank partijen verwezen naar het mediationbureau van de rechtbank om hun geschil te bespreken en te proberen tot een gezamenlijke oplossing te komen. De beslissing over de vervangende toestemming, zorgregeling en hoofdverblijf wordt aangehouden tot het resultaat van de mediation bekend is, met een pro forma zitting gepland op 10 januari 2023.
De rechtbank benadrukte dat tijdens het mediationtraject niet alleen de verzoeken, maar ook de wijze van communicatie en samenwerking tussen de ouders centraal staan. De zaak wordt pas verder behandeld na bericht van de advocaten over de uitkomst van de mediation. Deze beschikking is openbaar uitgesproken en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.