ECLI:NL:RBZWB:2022:8507

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 december 2022
Publicatiedatum
11 mei 2023
Zaaknummer
8910303 CV EXPL 20-4543 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Hindriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens niet vastgestelde non-conformiteit auto bij levering

Eiser heeft een procedure aangespannen tegen gedaagde over de vraag of de geleverde auto non-conform was bij levering. De rechtbank benoemde een deskundige die onderzoek deed naar de staat van de auto. Uit het deskundigenrapport bleek dat er geen gebreken waren aan de schokbrekers en bodemplaat, maar wel een ernstige motorlekkage door een defecte krukaskeerring. Het was echter niet vast te stellen dat dit gebrek bij de aankoop aanwezig was.

Gedaagde stelde dat eiser niet had bewezen dat de auto bij levering gebrekkig was, waardoor de vorderingen moesten worden afgewezen. Eiser kreeg de gelegenheid om te reageren op het deskundigenrapport, maar deed dit niet. De rechtbank overwoog dat het aan eiser was om te bewijzen dat de auto non-conform was bij levering, hetgeen niet was gelukt.

Daarom wees de rechtbank de vorderingen van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten. Tevens werden de nakosten en wettelijke rente toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van non-conformiteit bij levering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 8910303 CV EXPL 20-4543
vonnis d.d. 28 december 2022
inzake
[eiser],
wonende te [woonadres 1] ,
eiser,
gemachtigde: mr. W.H.J.W. de Brouwer, advocaat te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonadres 2] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R.W. de Pater, advocaat te Breda.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser] ” en “ [gedaagde] ”.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het tussenvonnis in deze zaak van 2 maart 2022 met de daarin genoemde processtukken;
b. het deskundigenrapport van DEKRA Automotive van 1 augustus 2022 met bijlagen;
c. de conclusie na deskundigenrapport van de zijde van [gedaagde] van 2 november 2022.

2.De verdere beoordeling

2.1
In het voornoemde tussenvonnis is de hiervoor genoemde deskundige benoemd en zijn de in dat vonnis opgenomen vragen aan de deskundige voorgelegd.
2.2
De deskundige concludeert – kort gezegd – in zijn rapport dat:
- er geen gebreken zijn vastgesteld aan de schokbrekers van het voertuig;
- er sprake is van een ernstige motorlekkage, veroorzaakt door een defecte krukaskeerring, waardoor geen betrouwbare olieverbruiksmeting is te doen. Het gebrek aan de keerring is niet herleidbaar tot de datum van aankoop van het voertuig;
- er geen gebreken zijn vastgesteld aan de bodemplaat, hoewel niet alle daarvoor bedoelde bevestigingen aanwezig waren. Tevens wordt opgemerkt dat niet is te achterhalen wat de staat van de bodemplaat was bij aankoop van de auto.
2.3
Bij conclusie na deskundigenrapport stelt [gedaagde] dat uit het rapport volgt dat er geen gebreken zijn aan de schokbrekers en de bodemplaat. Er is wel sprake van een olielekkage, maar niet is vast te stellen dat hiervan al sprake was bij de eigendomsoverdracht van de auto. Niet kon bovendien een betrouwbaar onderzoek naar het olieverbruik worden verricht. Het voorgaande leidt ertoe, aldus [gedaagde] , dat [eiser] niet is geslaagd in het leveren van het gevraagde bewijs, zodat de vorderingen moeten worden afgewezen.
2.4
[eiser] is ook in de gelegenheid gesteld een conclusie na deskundigenrapport in te dienen, maar heeft dat op de daartoe, na een eerder uitstelverzoek van zijn kant, aangewezen rolzitting niet gedaan. Zijn gemachtigde had op die rolzitting uitstel gevraagd voor het nemen van de conclusie, maar dit betrof geen eerste uitstel, uitstel met akkoord van de wederpartij of uitstel wegens overmacht, zodat de kantonrechter het uitstelverzoek heeft afgewezen en de zaak voor vonnis heeft gezet.
2.5
In het tussenvonnis van 8 december 2021 is overwogen dat het aan [eiser] is om te onderbouwen dat er gebreken waren aan de auto ten tijde van de aankoop en de levering daarvan. Om dit vast te kunnen stellen is de voornoemde deskundige benoemd. Uit diens rapport volgt echter niet dat is vast te stellen dat er delen van de auto gebrekkig zijn (geweest), dan wel dat, voor zover de auto gebrekkig is, dit gebrek al aanwezig was bij de aankoop en levering van de auto. Het voorgaande leidt ertoe dat [eiser] niet is geslaagd aan te tonen dat de auto non-conform was bij aankoop en levering, zodat er geen aanleiding is de koopovereenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden of te vernietigen. De vorderingen van [eiser] worden dan ook afgewezen.
2.6
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Aan de zijde van [gedaagde] worden deze vastgesteld op € 872,00 aan gemachtigdensalaris (4 punten à € 218,00 voor de conclusie van antwoord, de twee mondelinge behandelingen, de akte na tussenvonnis en de conclusie na deskundigenrapport).
2.7
De nakosten en de wettelijke rente over de proces- en nakosten worden toegewezen als in het dictum vermeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden vastgesteld op een bedrag van € 872,00 als salaris voor de gemachtigde van [gedaagde] , te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt [eiser] in de kosten die ontstaan na dit vonnis, begroot op € 109,00 aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na die aanschrijving tot de dag van betaling, en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag van betaling;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Hindriks en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2022.