De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 14 april 2022 het geregistreerd partnerschap tussen partijen ontbonden wegens duurzame ontwrichting. De vrouw en man konden geen overeenstemming bereiken over het ouderschapsplan en de zorgregeling. De rechtbank oordeelde dat het redelijkerwijs niet mogelijk was een gezamenlijk ouderschapsplan in te dienen en ontving het verzoek tot ontbinding.
De rechtbank stelde het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen voorlopig bij de vrouw vast en bepaalde een voorlopige zorgregeling waarbij de man contact met de kinderen heeft eenmaal per veertien dagen van vrijdag tot zondag en twee dinsdagen per maand, zonder overnachting. De man heeft momenteel geen eigen woonruimte, waardoor co-ouderschap niet haalbaar is. De rechtbank wees het verzoek tot vervangende toestemming voor vakantie en partneralimentatie af.
Vanwege de gespannen ouderrelatie en communicatieproblemen verwees de rechtbank partijen door naar Ambulant Centrum Fivoor voor individueel en mogelijk gezamenlijk onderzoek en behandeling. De Raad voor de Kinderbescherming wordt betrokken bij het traject en kan bij stagnatie een raadsonderzoek starten. De definitieve beslissing over hoofdverblijf, zorgregeling en kinderalimentatie is aangehouden tot 11 oktober 2022, in afwachting van de uitkomsten van het Fivoor-traject.
De rechtbank stelde een voorlopige kinderalimentatie vast van €50 per maand voor de drie kinderen gezamenlijk, aansluitend bij het inkomen van de man. De verzoeken tot verdeling van de gemeenschap van goederen zijn aangehouden tot 10 mei 2022 voor nadere concretisering. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en in het openbaar uitgesproken.