De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een civiele zaak tussen Stichting TBV en een huurder over de betaling van een energieprestatievergoeding (EPV) en vermeende gebreken aan een NOM-woning die was omgebouwd uit een jaren 70 woning.
TBV vorderde betaling van de EPV vanaf november 2019, terwijl de huurder opschorting van betaling beriep vanwege klachten over temperatuurregeling, tocht, luchtvochtigheid, warm douchewater en geluidsniveau. De huurder vorderde tevens herstel van deze gebreken op kosten van TBV.
De rechtbank oordeelde dat de opschorting gerechtvaardigd kan zijn vanwege de nauwe samenhang tussen de EPV en de gebreken aan de NOM-woning. Het concept NOM-woning brengt een ander comfort met zich mee dan traditionele woningen, wat niet per se een gebrek is. De klachten over temperatuurregeling en andere aspecten werden inhoudelijk besproken, waarbij de rechtbank onvoldoende bewijs vond voor sommige klachten, maar wel aanleiding zag om deskundigen te benoemen voor technisch onderzoek.
De rechtbank benoemde twee deskundigen van TNO en stelde voorlopige onderzoeksvragen op over de geschiktheid van radiatoren, normen voor inblaastemperatuur en warmwatervoorziening, en andere relevante aspecten. De kosten van het deskundigenonderzoek komen voor rekening van TBV. De zaak werd aangehouden voor nadere behandeling na het deskundigenbericht.