ECLI:NL:RBZWB:2022:8633
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prenger-de Kwant
- De Vos
- Leppens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging rechtshandeling en afkoelingsperiode in WHOA-procedure
Een groep van zes aan elkaar gelieerde ondernemingen (de Groep) heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend tot het verkrijgen van machtigingen voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen en het afkondigen van een afkoelingsperiode in het kader van een WHOA-akkoordprocedure. De rechtshandelingen betroffen de verkoop van onroerend goed en het sluiten van leningovereenkomsten binnen de groepsstructuur.
De Groep ondervindt financiële problemen door onder andere de coronacrisis, leveringsproblemen en een faillissement van een onderaannemer, waardoor zij niet langer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. Met het akkoord wil zij een faillissement voorkomen en de bedrijfsvoering voortzetten.
De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden van de leningovereenkomsten en de zekerheidsrechten onvoldoende concreet waren om te kunnen beoordelen of de gezamenlijke schuldeisers niet in hun belangen worden geschaad. Ook ontbrak een zelfstandige rechtvaardiging voor de verkoop van het onroerend goed. Daarnaast was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een afkoelingsperiode noodzakelijk was om de bedrijfsvoering te continueren.
Daarom wees de rechtbank de verzoeken tot machtiging en afkondiging van de afkoelingsperiode af. De procedure vond plaats in raadkamer en de beslissing werd op 20 december 2022 uitgesproken door een meervoudige kamer.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot machtiging voor rechtshandelingen en afkondiging van een afkoelingsperiode af wegens onvoldoende onderbouwing.