Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
BLG WONEN,
1.[verweerder] ,
EEN OF MEER ANDERE (ONDER)HUURDERS,
VAN WIE DE NAMEN NIET KUNNEN WORDEN ACHTERHAALD, WONENDE TE [adres] ,
1.[belanghebbende 1] ,
[belanghebbende 2],
1.De procedure
huurbeding als bedoeld in artikel 3:264 BW Pro, alsmede tot ontruiming door de
huurders van de onroerende zaak: het woonhuis met berging, ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, aan de [adres] , kadastraal bekend [kadastrale gegevens] , hierna aangeduid als ‘het onderpand’.
3.De beoordeling
volgt.