Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Het bezwaar van eiseres tegen deze weigering is ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De kern van het geschil betreft de medische beoordeling of er sprake is van een objectief medisch vast te stellen ziekte of gebrek. Het UWV baseerde haar besluit op een rapportage van een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die zich liet bijstaan door een neuropsychologisch en psychiatrisch onderzoek. Uit deze onderzoeken bleek geen betrouwbaar objectief psychisch ziektebeeld conform DSM-5, maar vage en weinig specifieke klachten met aanwijzingen voor overrapportage.
Eiseres stelde dat er sprake is van borderline persoonlijkheidsproblematiek en dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, dat de bevindingen van de deskundigen betrouwbaar zijn en dat eiseres geen tegenbewijs heeft geleverd.
Daarom heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat eiseres geen WIA-uitkering ontvangt per 21 juni 2020. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.