ECLI:NL:RBZWB:2022:927
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
De heffingsambtenaar stelde in februari 2019 de WOZ-waarde van een woning vast op €128.000 en legde een OZB-aanslag op. Belanghebbende maakte bezwaar, waarna de waarde op €124.000 werd vastgesteld. Belanghebbende ging in beroep tegen deze uitspraak.
Tijdens de zitting op 16 februari 2022 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €105.000. Tevens spraken zij een vergoeding van proceskosten en griffierecht af. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en volgde het compromis.
Belanghebbende vorderde daarnaast vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep. De rechtbank constateerde een overschrijding van ongeveer 11 maanden en kende een schadevergoeding van €1.000 toe, waarvan €181,82 voor rekening van de heffingsambtenaar komt en €818,18 voor de Staat. De rechtbank veroordeelde beide partijen tot deze vergoedingen.
Uitkomst: WOZ-waarde verminderd tot €105.000 en vergoeding immateriële schade toegekend wegens termijnoverschrijding.