ECLI:NL:RBZWB:2022:928
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning aan een adres in een plaats vast op €382.000 voor het kalenderjaar 2019 en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 16 februari 2022 bereikten partijen een compromis waarbij de waarde in het economische verkeer van de woning per peildatum 1 januari 2018 werd vastgesteld op €351.000. De rechtbank volgde dit voorstel en verklaarde het beroep gegrond. Hierdoor werd de WOZ-waarde verminderd en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.
De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €48 aan belanghebbende. Daarnaast werden de proceskosten van belanghebbende vastgesteld op €1.620 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en aan de heffingsambtenaar opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten en griffier M.H.A. de Graaf en op 16 februari 2022 openbaar gemaakt.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €351.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.