De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van de minderjarige met een jaar, omdat zij bezorgd bleef over de ontwikkeling en het contact met een zus en diens ex-vriend. De minderjarige woont bij zijn ouders en is sinds 24 januari 2022 gestart met een aangepaste structuurklas, wat een belangrijke zorg wegneemt.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de minderjarige dat het thuis goed gaat en hij tevreden is met de inzet van de hulpverlening vanuit het vrijwillig kader. De ouders onderschrijven het belang van school en willen de hulpverlening voortzetten zonder OTS. De GI kon niet duidelijk maken wat haar toegevoegde waarde is bij verlenging.
De kinderrechter concludeert dat niet langer wordt voldaan aan het wettelijke criterium voor verlenging van de OTS, mede omdat het ontwikkelingsgevaar is weggenomen en de aanvullende zorgen van de GI onvoldoende zijn onderbouwd. De rechter wijst het verzoek daarom af en vertrouwt erop dat de ouders vrijwillig hulp blijven zoeken indien nodig.