ECLI:NL:RBZWB:2022:951
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering Bbz-uitkering over 2016 en 2017 door gemeente Breda
Eiseres ontving een Bbz-uitkering van de gemeente Breda over de periode van 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2017. Het college stelde in een besluit van 24 januari 2020 het recht op bijstand vast en bepaalde dat eiseres € 10.972,60 moest terugbetalen. Eiseres voerde aan dat zij onjuist was geïnformeerd over de voorwaarden en dat het college ten onrechte geen middelen van inkomsten had toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de toekenningsbesluiten onherroepelijk zijn omdat er geen bezwaar tegen was gemaakt en dat deze besluiten duidelijk maakten dat de bijstand in de vorm van een lening werd verstrekt. Eiseres had daardoor moeten weten dat terugbetaling mogelijk was. De rechtbank wijst het verweer af dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de bijstandsnorm en de systematiek van het Bbz.
Verder is de stelling dat het college had moeten middelen ongegrond omdat de wet dit niet toestaat. Ook de bewering van slordigheden in de primaire besluitvorming wordt verworpen, mede omdat eiseres erkende dat het terug te betalen bedrag correct was vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Het college heeft het eerdere besluit herzien en een deel van de lening omgezet in bijstand om niet. Het bestreden besluit waarin de bezwaren van eiseres werden afgewezen blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van Bbz-uitkering wordt ongegrond verklaard.