Uitspraak
1.de vereniging VERENIGING BUMA,
2. de stichting
STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN (SENA),
1.De procedure
- het mondelinge antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de mondelinge dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Buma en Sena vorderden betaling van €167,83 van [gedaagde] voor het openbaren van beschermde muziek in diens winkel, gebaseerd op een bezoek van een vertegenwoordiger die muziek zou hebben waargenomen. [gedaagde] betwistte dat muziek werd afgespeeld en stelde dat hij geen installatie heeft om muziek te openbaren.
De kantonrechter oordeelde dat Buma en Sena onvoldoende bewijs hadden geleverd om aan te tonen dat [gedaagde] daadwerkelijk muziek openbaar maakte. Het rapport van de controleur vermeldde geen concrete aanwijzingen en er was geen installatie aangetroffen. Het bewijsaanbod om de controleur als getuige te horen werd gepasseerd omdat zij niets extra kon verklaren.
Daarnaast werd vastgesteld dat Buma en Sena niet voldeden aan hun substantiëringsplicht door het verweer van [gedaagde] niet in de dagvaarding op te nemen, maar dit leidde niet tot gevolgen omdat geen belangen van [gedaagde] waren geschaad.
De vordering werd afgewezen en Buma en Sena werden veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld omdat [gedaagde] zonder gemachtigde procedeerde.
Uitkomst: De vordering van Buma en Sena tot betaling van schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van openbaarmaking muziek.