De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor drie strafbare feiten jegens zijn ex-echtgenote: mishandeling op 21 mei 2021, bedreiging op 2 november 2021 en stalking in de periode van 2 november 2021 tot 5 januari 2022. De rechtbank achtte de aangifte van het slachtoffer, ondersteund door verklaringen van familieleden en een buurvrouw, en andere bewijsmiddelen overtuigend.
Verdachte ontkende de feiten, maar zijn verklaringen werden door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld, mede door historische telefoongegevens en getuigenverklaringen. De rechtbank concludeerde dat verdachte stelselmatig en opzettelijk de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer heeft geschonden, wat ernstige gevolgen had voor haar gevoel van veiligheid.
Gezien het strafblad van verdachte en zijn proceshouding legde de rechtbank een taakstraf van 120 uur op, met aftrek van 60 dagen voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van drie jaar. Daarbij werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een contactverbod met het slachtoffer en haar dochter, een locatieverbod rond de woonomgeving van het slachtoffer, en reclasseringstoezicht.
De rechtbank kende aan het slachtoffer een immateriële schadevergoeding toe van €1.000,00 met wettelijke rente vanaf 5 januari 2022, maar wees de gevorderde materiële schade af wegens onvoldoende onderbouwing. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
De straf en voorwaarden zijn bedoeld om herhaling te voorkomen en de veiligheid van het slachtoffer te waarborgen.