Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:110

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 januari 2023
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
10146090_E04012023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:154 BWArt. 6 lid 2 Verordening Rome IArt. 14 lid 2 Verordening (EU) nr. 593/2008Art. 15 lid 1 EVEX-IIArt. 16 lid 2 EVEX-II
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering consument tegen buitenlandse vennootschap toegewezen in verstek

Alektum Capital AG, een vennootschap naar buitenlands recht gevestigd in Zwitserland, vordert betaling van een bedrag van €183,45 van een in Nederland wonende consument. Gedaagde is ondanks behoorlijke dagvaarding niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waarna verstek is verleend.

De rechtbank beoordeelt de internationale bevoegdheid aan de hand van het EVEX-II verdrag en stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat gedaagde als consument in Nederland woont en het betreft een koop op afbetaling van roerende zaken. Vervolgens wordt het toepasselijke recht vastgesteld via Rome I-verordening en het BW, waarbij Nederlands recht van toepassing is.

De vordering wordt als gegrond en niet onrechtmatig beoordeeld en toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter Ponds op 4 januari 2023.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €183,45 met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10146090 CV EXPL 22-3039
vonnis d.d. 4 januari 2023
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht Alektum Capital AG,
gevestigd en kantoorhoudende te Zug (Zwitserland),
eiseres,
gemachtigde: van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso te Eindhoven,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonadres] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 16 september 2022 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde tegen behoorlijk bewijs van kwijting te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 183,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 142,78 vanaf 16 september 2022 tot de algehele voldoening en te vermeerderen met de kosten van deze procedure.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu eiseres gevestigd is in Zwitserland en gedaagde in Nederland woont, draagt onderhavige procedure een internationaal karakter en dient de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van onderhavige vordering kennis te nemen aan de hand van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EVEX-II). Omdat gedaagde handelt als consument en het gaat om de koop en verkoop op afbetaling van roerende lichamelijke zaken als bedoeld in artikel 15 lid 1 aanhef Pro en sub a EVEX-II, is de Nederlandse rechter ingevolge artikel 16 lid 2 EVEX Pro-II gelet op de woonplaats van gedaagde in Nederland bevoegd van de vordering kennis te nemen.
2.4
Vervolgens komt de vraag aan de orde welk recht van toepassing is. Dit dient, nu de grondslag van de vordering een verbintenis uit een overeenkomst betreft, te worden beoordeeld aan de hand van artikel 10:154 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) in verbinding met de Verordening
nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst
(Rome I). Eiseres heeft middels cessie de vordering overgedragen gekregen van haar rechtsvoorgangster. Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de Verordening (EU) nr. 593/2008 wordt de betrekking tussen eiseres als cessionaris en gedaagde als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 17 lid 1 van Pro de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel, alsmede artikel 11.1 van de Algemene en Aanvullende Voorwaarden Thuiswinkel, in samenhang met artikel 6 lid 2 Verordening Pro
Rome I is in dit geval Nederlands recht van toepassing.
2.5
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.
2.6
Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiseres. Deze proceskosten worden tot op heden begroot op:
- explootkosten € 107,22
- salaris gemachtigde € 37,00
- griffierecht € 128,00
------------
totaal € 272,22

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 183,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 142,78 vanaf 16 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 272,22;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.