De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 februari 2023 de beroepen van belanghebbende tegen meerdere uitspraken op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst betreffende naheffingsaanslagen omzetbelasting en vennootschapsbelasting over de jaren 2011 tot en met 2015.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat belanghebbende op 19 augustus 2020 was ontbonden wegens het ontbreken van baten, zoals geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Er was geen verzoek tot heropening van de vereffening ingediend, noch was er sprake van herleving van de rechtspersoon. Ook was geen bate aanwezig die aanleiding kon geven tot heropening van de vereffening.
De rechtbank oordeelde dat door de ontbinding het procesbelang van belanghebbende bij de beroepen was komen te vervallen. Zonder procesbelang kan de rechtbank niet inhoudelijk op de beroepen ingaan. Daarom verklaarde zij de beroepen niet-ontvankelijk. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.