ECLI:NL:RBZWB:2023:118
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn kinderopvangtoeslag herbeoordeling
Eiseres heeft op 5 augustus 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarna eiseres op 6 september 2022 een ingebrekestelling stuurde die op 9 september 2022 is ontvangen. Na het verstrijken van de wettelijke termijn stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen elf weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had om een langere termijn van dertien weken gevraagd vanwege het grote aantal lopende herbeoordelingen, maar de rechtbank acht elf weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden en een proceskostenvergoeding van €418,50 betalen, berekend met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de termijn te verlengen met vertragingen veroorzaakt door eiseres, omdat dit onduidelijkheid zou scheppen. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier M.R. Jouvenaar op 10 januari 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen elf weken alsnog moet beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.